Rob Meines in gesprek met Lea Bouwmeester over populisme en de PvdA
‘Democratie werkt beter
dan ik ooit had verwacht’
Voor de PM-serie ‘In gesprek’ voelde debuterend PvdA-Kamerlid Lea Bouwmeester in
2007 lobbyist Rob Meines aan de tand over de Haagse mores. Het beviel zo goed dat zij -afspraken de rollen om te draaien zodra Bouwmeester wat meer door de wol geverfd zou zijn. Nog één keer kruipt Meines – oud-correspondent van het Journaal in Bonn – in de huid van -journalist om van Bouwmeester te horen hoe de PvdA het hoogtij van het populisme denkt te -overleven. ‘Mijn enige angst is dat ik mezelf verlies.’

Bij binnenkomst in de fractiekamer van de PvdA schreeuwen de SDAP--affiches de bezoeker tegemoet: ‘Stemt rood!’ Op een andere plek roept Den Uyl vanaf een verkiezingsposter: ‘Het moet -anders. Samen kunnen we dat!’ Zelfverzekerd manoeuvreert Lea Bouwmeester door het spervuur van vragen dat oud-journalist Rob Meines op haar loslaat. Het gesprek voert langs de zegetocht van het populisme en de problemen die deze meebrengt voor de PvdA, het gebrek aan zelfkritiek bij de media tot aan de wijze waarop Bouwmeester haar eerste jaren in de Kamer heeft ervaren.
Tekst Tristan van Rijn
Foto Welmer Keesmaat
Je bent nu bijna 2,5 jaar Kamerlid. Hoe heeft je gevoel voor democratie zich ontwikkeld?
‘Democratie werkt beter dan ik ooit had verwacht. Ik had niet gedacht dat ik in een relatief korte tijd al zoveel zou bereiken. Als je effectief kunt lobbyen, dan is dat hier mogelijk. Ik had ook verwacht dat er veel minder geluisterd zou worden. Maar het oor van de Kamer is groot en je invloed dus ook. Het gaat erom dat je de juiste weg bewandelt. Niet iedereen kan dat.’
Is het nodig om harder te schreeuwen als je in de -oppositie zit?
‘Nee, dat hoeft helemaal niet. Er zijn twee manieren om oppositie te voeren. Je kunt heel hard schreeuwen en er niets mee bereiken. Of je kunt een goed plan ontwikkelen en nadenken hoe je hier steun voor krijgt. Als oppositiepartij moet je vaker dingen geven om een coalitiepartij mee te krijgen. Als je dat goed aanpakt, kun je veel bereiken. De oppositie kan veel meer dan het nu doet. Maar dan moet je niet per -definitie “nee” zeggen omdat het om een voorstel van een coalitiepartij gaat.’
In interviews en op je website werp je je vaak op als een intermediair tussen de samenleving en de Kamer. Is dat in jouw ogen democratie?
‘Ja. Mensen moeten het idee hebben dat wat speelt goed vertaald wordt in de Kamer. Dat is de essentie van het Kamerlidmaatschap. En debatten kun je alleen winnen als je met voorbeelden uit de praktijk komt, in plaats van blindelings de stukken van de minister te volgen. Want in stukken die een ambtenaar in -opdracht van de minister schrijft, staat niet per -definitie de beste oplossing, maar de politiek gekleurde oplossing van de minister.’
Dus Kamerleden staan dichter bij de samenleving dan ambtenaren?
‘Niet per definitie. Soms komen er voorstellen tot stand waarvan ik denk: hoe hebben ze het kunnen bedenken? Als je als ambtenaar heel veel contact hebt met het werkveld, dan vraag ik me af hoe het kan dat er soms onuitvoerbare voorstellen naar de Kamer komen. Dit heeft natuurlijk niet met de ambtenaar te maken, maar met het feit dat er nog een politiek sausje van de betrokken minister en lobbywerk overheen gaan. Ik kan niet zeggen dat een ambtenaar nooit weet waarover hij spreekt. Het is eerder een gevolg van het politieke proces.’
Wilders zegt dat zijn partij groeit omdat hij wel naar het volk luistert en de gevestigde partijen niet. Hoe gaat men daar bij de PvdA mee om?
‘Ik laat me leiden door PvdA-uitgangspunten. Ik ga vervolgens voor de beste inhoudelijke oplossing. Soms is dat helemaal niet populair, zoals bij de debatten over tbs. Wij, de insiders, snappen het nut van tbs, de burger op straat minder. Ook over de strafmaat is het lastig discussiëren met de burger. Die denkt: hups, drie jaar vastzetten en klaar ben je. Kennelijk moeten we toch beter uitleggen dat de samenleving daar aantoonbaar niet beter van wordt.’
En dan sluit de PvdA-staatssecretaris ook nog eens zeven gevangenissen.
‘Precies. Terwijl 93 procent van de Nederlanders vindt dat gevangenissen open moeten blijven. Ik kan natuurlijk ook lekker mee gaan schreeuwen met de tegenstanders, maar dat doe ik niet. Ik blijf bij de inhoud en ik blijf het volhouden om uit te leggen waarom we hiervoor kiezen. Maar ik realiseer me wel dat deze boodschap niet altijd overkomt.’
Sta je onder meer druk wanneer je met de PVV -debatteert?
‘Nee, dat voel ik helemaal niet. Bij het debat over de gevangenissen ben ik helemaal losgegaan. Ik was het geschreeuw helemaal zat en dat heb ik toen ook duidelijk kenbaar gemaakt. Maar we moeten wel het rationele proces waarop we onze besluiten baseren, zodanig vertalen dat mensen op straat het begrijpen. En dat is verdomd ingewikkeld.’
Populistische partijen worden, vanwege hun duidelijke boodschap, gesteund door de mensen die vroeger tot de achterban van de gevestigde partijen behoorden. Is dat niet frustrerend?
‘Ik houd me niet bezig met de peilingen, die -kunnen morgen weer veranderen. Ik leef in de stellige -overtuiging dat de aanhouder wint. Je idealen zijn het uitgangspunt, daar moet je je altijd aan vasthouden. De crux zit hem in de manier waarop je communiceert. Je eigen verhaal moet duidelijk zijn en je moet anderen confronteren met het feit dat hun oplossingen wel leuk klinken, maar totaal niet werken. Het zou ook mooi zijn als we een inhoudelijke boodschap op een populistische manier weten te brengen, dat wil zeggen: in duidelijke en eenvoudige bewoordingen.’
Wat zou je anders willen?
‘Ik zou wel met meer respect willen debatteren en drie lagen meer de diepte in gaan. En er moet een einde komen aan de spoeddebattencultuur.’
Dat zeggen wel meer mensen, maar ondertussen verandert er niets.
‘Zoals ik al zei, een betere wereld begint bij de mensen zelf. Het is hier God voor ons allen, en ieder voor zich. Ik ben daarom ook niet naar die dag van de -parlementaire zelfreflectie gegaan. Pas op de dag dat de zelfreflectie van de pers gaat beginnen, ga ik naar die van de Kamer. Ook journalisten hebben de -verantwoordelijkheid om de burger juist te -informeren. Pers en politiek, het is te veel in elkaar verweven. Journalisten zeggen: “Als je dit zegt, dan sta je morgen op de voorpagina met een foto.” Daar doe ik niet aan mee.’
Kritiek op de journalistiek, dat is een taboe!
‘Daar heb ik lak aan. Vorig jaar probeerde ik aandacht te krijgen voor de GGZ, en het gebruik van de isoleercel. Dat lukte niet, tot een man in zijn cel in Amsterdam overleed. Toen kwam dezelfde journalist opeens wel. Ik heb hem gezegd dat hij boter op zijn hoofd had en dat ik alleen mee zou werken als ik ook voldoende ruimte kreeg om mijn punt te maken. Dat zeg ik dan gewoon, het interesseert me niet. Uiteindelijk heb ik ook op die manier meegewerkt.’
Wat vind je van de uitspraak dat de politiek niet meer bij de mensen aansluit?
‘Dat klinkt net zo makkelijk als de zogenaamde kloof tussen de burger en de politiek. Ik krijg zoveel mailtjes van mensen. Er hoeft maar iets te gebeuren met het rookverbod of mijn inbox zit bomvol. Ik beantwoord altijd alle mails, sta iedereen te woord. Waar zit dan die kloof?’
In welke zin ben je een voorbeeld voor je leeftijdgroep?
‘Mijn levensmotto is dat je dingen moet doen die je gelukkig maken. Dan bereik je ook het meest. Ik word gelukkig door de dingen die ik doe en de mensen om me heen. Ik werk hard, maar ik ben ook van de gezelligheid. Ik ben op dit moment heel gelukkig, want ik heb de juiste balans gevonden tussen werk en gezelligheid.’
Het gaat dus om het hier en nu en niet de toekomst?
‘Precies. Een van de meest gestelde vragen is: wat zijn je ambities? Die heb ik, qua positie, gewoon niet. Dat maakt mij een onafhankelijk Kamerlid, ik ga voor de inhoud, de beste oplossing. In tegenstelling tot sommigen laat ik me niet verleiden door de vraag of iets lekker scoort bij verkiezingen en of ik door iets te doen of laten mijn positie verstevig. Je ziet het in alle fracties gebeuren, nu de verkiezingen dichterbij komen. De drang om een hogere positie binnen de fractie te krijgen is voor een aantal politici een valkuil.’
Als je geen ambities hebt, zijn dan je idealen je houvast?
‘Je moet altijd idealen hebben. Als ik het hier niet leuk meer vind, of geen idealen meer hebt, dan stop ik ermee. Je hebt plezier in je werk als je de dingen bereikt die je wilt bereiken.’
Dus het cliché van de zure linksigheid is op jou niet van toepassing?
‘Nee, helemaal niet. Daar word ik heel chagrijnig van. Op het moment dat ik dat soort gedrag ga vertonen, moeten mensen me waarschuwen. Mijn enige angst is dat ik mezelf verlies.’ •

English
Deutsch